Help & Contact

Gebruikershandleiding
Heeft u een vraag over een van de functionaliteiten van VIND Handhaving? Of bent u benieuwd wat de kennisbank u allemaal te bieden heeft? Bekijk dan de handleiding.

Liever een persoonlijke instructie? Onze trainers komen graag bij u langs. Maak een afspraak voor een gratis gebruikerstraining via 070 - 378 98 80 of per e-mail.

Inhoudelijke vraag? Stel deze aan onze redactie
Wij streven ernaar om deze kennisbank zo goed mogelijk aan te passen aan uw wensen. Uw inhoudelijke vragen en/of opmerkingen zijn bijzonder welkom. U kunt hierover contact opnemen met onze redactie.

Wachtwoord vergeten?
Uw wachtwoord opvragen gaat heel eenvoudig door te klikken op de knop 'inloggen' rechtsboven. Onder de gebruikersnaam en wachtwoord ziet u de link 'wachtwoord vergeten'. Vul uw emailadres in om een nieuw wachtwoord te ontvangen per mail.

Vragen? Neem contact op met onze servicedesk
Voor vragen over o.a. inloggen, facturatie of abonnementen neemt u contact op met onze servicedesk via 070 - 378 98 80 of per e-mail.

De kennisbank op proef?
De informatie op VIND Handhaving is alleen toegankelijk voor abonnees.  Wilt u meer informatie over de kennisbank, een vrijblijvende productdemonstratie of een proefabonnement? Neemt u dan contact op via via 070 - 378 98 80 of per e-mail.

Handhavingsspecialisten: eerst een huisbezoek, daarna in gesprek?

4-10-2017

Appellant heeft een uitkering aangevraagd op grond van de Participatiewet naar de norm ‘alleenstaande’. Bij controle in de basisregistratie personen (BRP) is gebleken, dat de ex-partner en de drie kinderen van appellant nog op zijn adres staan ingeschreven. Eerst vanaf 1 juni 2016 zijn de gezinsleden uitgeschreven van het uitkeringsadres. Op 20 juni 2016 heeft appellant een gesprek met de handhavingsspecialisten.

De handhavingsspecialisten leggen uit dat eerst een huisbezoek wordt afgelegd en achteraf een gesprek wordt gevoerd.

De handhavers delen mee dat appellant een bijstandsaanvraag voor een alleenstaande heeft ingediend, terwijl zijn ex-partner en zijn kinderen nog stonden ingeschreven op het opgegeven adres en dat het daarom noodzakelijk is om direct het huisbezoek te doen en later het gesprek. Een van de handhavingsspecialisten legt uit dat het huisbezoek nu moet plaatsvinden en niet lang hoeft te duren.

Appellant
Appellant verklaart dat het niet mogelijk is om het huisbezoek direct te doen, omdat hij om 10.00 uur een afspraak heeft bij het ziekenhuis en daarna een afspraak met een advocaat heeft. Appellant verklaart herhaaldelijk dat het huisbezoek niet mogelijk is. Hij vraagt waarom het niet mogelijk is om het huisbezoek in de middag af te leggen. De handhavingsspecialist legt de consequenties van het niet meewerken aan het huisbezoek uit.

Verslaglegging handhavers
In het door de handhavingsspecialisten opgemaakte verslag is vastgelegd, dat “Tijdens het gesprek op kantoor de klant onvoldoende medewerking heeft vertoond om een huisbezoek direct mogelijk te maken, er was voldoende aanleiding om het huisbezoek af te dwingen. Gedurende de aanvraagperiode zijn de “ex-partner” en de kinderen van appellant verhuisd naar een adres in de nabije omgeving van het opgegeven uitkeringsadres. Aan klant is de noodzaak uitgelegd van het terstond verrichten van een huisbezoek en de consequenties van schending van de medewerkingsplicht uitgelegd. Klant heeft niet ingestemd met het huisbezoek.”

College
Het college heeft de bijstandsaanvraag afgewezen op grond van het feit, dat appellant op 20 juni 2016 geen medewerking heeft verleend aan een onmiddellijk af te leggen huisbezoek en daarom de medewerkingsverplichting heeft geschonden. Hierdoor kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld.

Rechtsvraag: Is er in de onderhavige casus sprake van een redelijke grond voor het afleggen van een huisbezoek?

Juridische kaders
Redelijke grond
Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 11 april 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA2436) kunnen aan het niet meewerken aan een huisbezoek eerst gevolgen worden verbonden (in de vorm van het weigeren, beëindigen of intrekken van de bijstand) indien voor dat huisbezoek een redelijke grond bestaat.

Wanneer is er sprake van een redelijke grond?
Van een redelijke grond voor een huisbezoek is sprake als voorafgaand aan (dat wil zeggen: vóór of uiterlijk bij aanvang van) het huisbezoek duidelijk is dát en op grond van welke concrete en objectieve feiten en omstandigheden redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid of de volledigheid van de door de betrokkene verstrekte gegevens, voor zover deze van belang zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand en deze niet op een andere effectieve en voor betrokkene minder belastende wijze kunnen worden geverifieerd.

Argumenten appellant
Appellant heeft aangevoerd dat er geen redelijke grond bestond voor het afleggen van een huisbezoek. Het college was vóór of uiterlijk bij aanvang van het huisbezoek ervan op de hoogte dat de ex-partner en de kinderen van appellant waren verhuisd naar een ander adres. Het college was bekend met het feit dat dat de gezinsleden met ingang van 1 juni 2016, dus ruim vóór het afleggen van het huisbezoek, op een ander adres waren ingeschreven. Gelet hierop is de door het college genoemde aanleiding voor het afleggen van het huisbezoek niet relevant. Er was geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de door appellant opgegeven woon- en leefsituatie.

CRVB
De handhavingsspecialisten wisten op 16 juni 2016 dat per 1 juni 2016 de gezinsleden stonden ingeschreven op een ander adres dan het opgegeven adres. Uit het rapport van de handhavingsspecialisten blijkt, dat zij er ook van uit gingen, dat de gezinsleden daadwerkelijk naar dat andere adres waren verhuisd. Uit het rapport blijkt niet dat de feitelijke woon- en leefsituatie van appellant op het moment van het voorgenomen huisbezoek niet in overeenstemming was met de verstrekte gegevens. Verder is het, indien na beëindiging van een relatie één van de ex-partners met de kinderen uit de gezamenlijke woning vertrekt op zichzelf niet vreemd dat de inschrijving in de BRP niet op diezelfde dag wordt aangepast. De omstandigheid dat de gezinsleden tot 1 juni 2016 nog stonden ingeschreven op het uitkeringsadres kan in dit geval dan ook niet worden beschouwd als een feit of omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kon worden getwijfeld aan de door appellant verstrekte gegevens over zijn woon- en leefsituatie. Daarnaast valt niet in te zien waarom de handhavingsspecialisten op 20 juni 2016 niet eerst het geplande gesprek met appellant hadden kunnen voeren.

Op 20 juni 2016 bestond geen redelijke grond bestond voor het afleggen van een huisbezoek aan het uitkeringsadres. De CRVB vernietigt de aangevallen uitspraak.

Conclusie
Pas bij het bestaan van een redelijke grond is de betrokkene verplicht mee te werken aan het onverwijld af te leggen huisbezoek. Eerst indien sprake is van zo’n verplicht huisbezoek en de betrokkene maakt kenbaar daaraan niet mee te werken, zal aan de orde kunnen komen of in de door betrokkene opgegeven redenen om niet mee te werken een zwaarwegend belang is gelegen waarvoor het belang van het bestuursorgaan om onverwijld een huisbezoek af te leggen moet wijken. Indien sprake is van een onverplicht huisbezoek, omdat een redelijke grond daarvoor ontbreekt, dan kunnen aan de weigering om daaraan mee te werken geen gevolgen worden verbonden door de medewerkers van het college.

Praktijkvoorbeeld bij ECLI:NL:CRVB:2017:3245.
Door T. Herfkens

Terug